Hart of hard voor kinderen?
Zaterdag 7 februari tentoonstelling tussen 10u-17u
'tWerkhuys te Borgerhout: Zegelstraat 13, 2140 Antwerpen
We spreken vaak met bewondering over de veerkracht van kinderen.
Alsof het een onuitputtelijke bron is.
Alsof kinderen vanzelf sterker worden door wat ze meemaken.
Alsof elke tegenslag hen voorbereidt op het leven.
In die woorden schuilt een gevaarlijke misvatting: het idee dat veerkracht geen grenzen kent.
Veerkracht is geen pantser. Het is geen eigenschap die je eindeloos kunt aanspreken zonder gevolgen. Veerkracht is een proces — fragiel, relationeel en afhankelijk van veiligheid, erkenning en steun. Wat wij als volwassenen te vaak vergeten, is dat er een moment komt waarop een kind niets meer kan opvangen. Waarop de rek eruit is. Waarop het kind niet langer “sterk” kan zijn.
Die dag komt zelden plots.
Ze wordt opgebouwd in stilte.
In nachten zonder rust.
In verantwoordelijkheden die niet bij een kind horen.
In het voortdurende aanpassen, sussen, zorgen en dragen.
Veel kinderen torsen lasten die nooit de hunne hadden mogen zijn. Ze dragen het verdriet, de woede, de angst en de onmacht van hun ouders. Ze worden de emotionele steunpilaar, de bemiddelaar, de volwassene in huis. Niet omdat ze dat willen, maar omdat niemand anders het doet. Dit is geen maturiteit. Dit is parentificatie. En het berooft kinderen van hun kindertijd.
Daarbovenop staat een jeugdzorgsysteem dat te vaak tekortschiet. Een systeem dat problemen minimaliseert zolang ze niet ontsporen. Dat focust op formulieren, procedures en afbakening van verantwoordelijkheden, terwijl het kind ondertussen verder afglijdt. Een systeem dat zegt: “We doen wat mogelijk is”, maar dat voor het kind aanvoelt als: “Je staat er alleen voor.”
Wanneer de veerkracht van een kind opgebruikt raakt, zijn de gevolgen immens. Niet tijdelijk. Niet oppervlakkig. Ze nestelen zich diep in lichaam en geest. In een ontregelde stressrespons. In problemen met vertrouwen en hechting. In woede, dissociatie, angst of volledige afsluiting. In een volwassen leven dat start met een achterstand die nooit zichtbaar was op papier, maar wel alles bepaalt.
En dan vragen we ons af waarom deze jongeren “moeilijk gedrag” vertonen.
Waarom ze afhaken.
Waarom ze niet meekunnen.
We zien het gedrag, maar niet de geschiedenis.
We benoemen symptomen, maar erkennen de oorzaak niet.
Kinderen zijn niet onbreekbaar.
Ze zijn niet gemaakt om systemen te compenseren.
Ze zijn niet verantwoordelijk voor het falen van volwassenen.
Echte zorg begint waar we stoppen met bewonderen hoe sterk kinderen zijn, en beginnen te erkennen hoeveel ze al hebben moeten dragen. Waar we luisteren vóór de breuk. Waar we ondersteunen vóór de uitputting. Waar we verantwoordelijkheid terugleggen waar die hoort: bij volwassenen, bij systemen, bij ons.
Want een kind hoort niet veerkrachtig te moeten zijn om te overleven.
Een kind hoort gedragen te worden.