De vzw aanvaardt de principes en de regels van de democratie, onderschrijft het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag betreffende de Rechten van het Kind.

De deontologische code biedt een leidraad voor een ethisch correcte uitoefening van de ombudsfunctie en werd opgesteld met inachtneming van het wettelijk kader. De functie van de deontologische code is de waardigheid en de integriteit van de ombudsfunctie te versterken. Integer functioneren heeft niet alleen te maken met onpartijdigheid, maar ook met gerichtheid naar alle betrokken partijen, vakbekwaamheid en vertrouwen.

Elk lid van de vereniging verklaart de deontologische code, die van toepassing is op alle relaties van de leden met derden en collega’s, te respecteren.

De code is een leidraad die de ombudsdienst stimuleert tot reflectie en verantwoord handelen. De invulling van wat een waardige en integere invulling van de ombudsdienst is, kan doorheen de jaren veranderen onder invloed van maatschappelijke tendensen, waardoor dit  document geregeld zal moeten geëvalueerd en bijgestuurd worden waar nodig. Wijzigingen in de deontologische code kunnen doorgevoerd worden op de Algemene Vergadering waarbij bij stemming een gewone meerderheid vereist is.

Opdrachten ombudsdienst

Voorkomen van schade aan het welzijn van de kinderen door de communicatie tussen de melder en/of de betrokken diensten te bevorderen.

• Het bemiddelen tussen de verschillende betrokken partijen met het oog op het bereiken van een oplossing en streven naar herstel van het welzijn van de kinderen.

• Bij gebrek aan het bereiken van een oplossing in kort geding de nalatigheid van instanties en/of individuen aan te klagen om zo een bevel te laten opleggen aan gedaagden om in functie van het welzijn van de kinderen te handelen.

Ter voorkoming van herhaling van tekortkomingen die aanleiding kunnen geven tot nieuwe meldingen,  kunnen rechtszaken gevoerd worden om boetes op te leggen bij het falen van het garanderen van het welzijn van de kinderen door overheid.

Basisprincipes ombudsdienst

De onafhankelijkheid,  de neutraliteit en onpartijdigheid en discretie worden toegepast waaraan een ombudsdienst moet voldoen. De ombudsdienst krijgt de mogelijkheid om in contact te treden met alle bij een klacht betrokken personen en/of diensten en kan iedere informatie inzamelen die hij/zij nuttig acht in het kader van bemiddeling, zonder daarover een standpunt in te nemen.

Bij de uitoefening van zijn functie neemt de ombudsdienst de volgende kernwaarden in acht:

• Het welzijn van de kinderen staat steeds voorop.

• De rechten en waardigheid van betrokken personen respecteren in al hun dimensies.

• Discretie

• Meerzijdige partijdigheid : Is een grondhouding waarbij je tijdens de bemiddeling wisselend partijdig bent met alle leden van de context.

• Bemiddeling is enkel mogelijk mits bereidheid van betrokken partijen. Iedere partij heeft het recht om zich op ieder moment van de bemiddeling terug te trekken. Indien dit gebeurd zal de ombudsdienst blijven pleiten om in functie van het welzijn van de kinderen te handelen en eventueel via gerechtelijke weg dit af te dwingen.